Reldekedel, vriep

Deze week kreeg ik in de nieuwsbrief van de stripwinkel het bericht dat De Generaal integraal verschijnt. Volkomen terecht. De strip van Peter de Smet verscheen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw en bood humor van de bovenste plank. Laat ik nu heel recent voor 1 euro een tweedehandsexemplaar van De Generaal in vuur en vlam hebben gekocht. Mijn jongere broer had de serie in de tijd van publicatie en ik las gretig mee. Wat hebben we gelachen. En nog steeds hebben de strips hun kracht niet verloren, blijkt bij herlezing.

 

Het boeiende is dat je bij elke nieuw verhaal weet wat er gaat gebeuren. Zoals Guust van Franquin wel blunderen moet, zo moet de generaal eindigen in de gevangenis van het fort van de maarschalk. De generaal probeert telkens de macht te grijpen en het creatieve is dat er steeds nieuwe middelen worden gevonden. Kijk hier eens even mee naar de poging met een éénpersoons-zeppelin.

 

 

Hoeveel kronkels moeten je hersens hebben om te verzinnen dat de macht te grijpen is met groene zeep, allesetende termieten, de moeder van de generaal of met ultrageluid? Lof voor Peter de Smet! Hij is meester in het weergeven van de kinderlijk kortzichtige emotionele huishouding van de generaal. In de episode hierboven komt de professor met idee van de mini-zeppelin. Dan krijgt hij eerst de wind van voren van de generaal omdat hij de instrumentele aanvalswaarde daarvan niet kan inzien. Maar na de uitleg is er geen beter idee dan dat en probeert hij met groot genoegen de op de zeppelin gemonteerde mitrailleur uit op onschuldige ballonvaarders. Soms is er dan een soort hysterische voorsmaak van leedvermaak bij de gedachte dat de maarschalk werkelijk de macht zal kwijtraken. Tenslotte is er de verontwaardiging over de mislukking.

 

Menig gezond functionerend mens zou twee dingen doen: of je wordt cynisch omdat de wereld je  nooit een succesje gunt en macht uitblijft, of je legt je erbij neer en je richt je goeie energie op andere zaken. Niet zo de generaal. Hij is geobsedeerd door de macht en wil koste wat het kost haar in bezit krijgen. Het generaal-organisme leert niet en dus is er steeds opnieuw die naïeve opgetogenheid bij de volgende poging. Soms zou je wensen zo te zijn. Volwassen worden is een vorm van verlies. Het naïeve kind in ons gaat zich verstoppen achter de conventies en de normen van de groep. Misschien verklaart dat mijn actuele belangstelling voor deze strip: op zoek naar het vrije kind kom ik graag in de buurt van de generaal.

 

De bijfiguren vormen een ander element van het succes. Neem agent Dreutel, hij verlangt naar de koperen fluit van verdienste, soms zelfs de roodkoperen. (12, 22, 27, 29) Zijn lot is het echter om keer op keer genegeerd, overreden of gelanceerd te worden. De promotie zal nooit komen en toch geeft ook hij de moed niet op.
Maar meer nog dan Dreutel is de tekstbeheersing van Peter de Smet een bron van leesvreugde. In de aflevering Peking-eend zegt de generaal: “Vooruit, soldaat, naar de chinees, we mogen de maarschalk niet laten wachten, anders worden z’n bamiballen koud… ballen overigens die hem nog dun door de broek zullen drentelen, WOEHâRGH! HA HAAA. Ik stik.” (18) De professor maant de generaal tot kalmte, de macht is immers nog niet gegrepen. Maar de generaal kan moeilijk in stilte afwachten. Met diepe bewondering las ik weer hoeveel treffende partikels, kreetjes, oprispingen en hikjes Peter de Smet zijn held in de mond weet te leggen. Let erop bij elke episode, want het behoort tot de essentie van de humormachinerie: reldekedel, gargl, slurp, gnuif, reuh, ping, tok, hareuh, pfrut, vrot, vlep, blop, en ga zo maar door. Formidabel.
Dat er nog vele herdrukken mogen volgen, tot in verre geslachten.

 

Naar aanleiding van: De Generaal in vuur en vlam. Tekst en tekeningen Peter de Smet. Haarlem: Oberon, 1981

 

 

“Peter de Smet (1944-2003) was de oudste zoon van Eduard en Wil de Smet. Hij werkte in de jaren 60 als reclametekenaar. Na in 1964 een stage in Engeland gelopen te hebben ging hij werken in Amsterdam, Antwerpen en Brussel. Ondertussen tekende hij ook strips. Zijn eerste strip, De Generaal, verkocht hij, op aanraden van Bob de Moor in 1967 aan het blad Kuifje, dat de strip echter nooit zou publiceren. Een jaar later verscheen zijn ridderstrip Fulco korte tijd in ’t Kapoentje. Na 21 afleveringen kwam er abrupt een einde aan deze strip wegens ziekte van de tekenaar. In de tussentijd bleef hij reclamewerk doen.” (Wikipedia)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *