Onmogelijke opdracht

 

Een locomotief die van een klif stort en zo een Chinese jonk naar de kelder jaagt. Dat is niet alledaags. We zijn dan in de sfeer van Ethan Hunt in de filmserie Mission Impossible. “Een jonk bombarderen met een locomotief… met zo’n verhaal moet je nooit naar de psychiater gaan. Want hij stopt je zo in een gekkenhuis!” Aan het woord is Barney Jordan. Hij is de ruwe zeeman, side-kick van de good looking Bernard Prince, kapitein van de Cormoran. De stripserie van 13 albums werd tussen 1966 en 1978 geschreven door scenarist Greg en getekend door Hermann. De avonturen vragen niet om een reality-check, maar weerspiegelen wel een Hermann Huppenwereldbeeld. Gevaar dreigt van mens en natuur, lef en samenwerking bieden uitkomst.

 

Greg heeft een oud idee opgeduikeld: een interpol-agent die zorgde voor een jonge indiaan. In het korte verhaal Kaartjes met een verrassing zien we de jonge hindoe Djinn met tulband. Deze eerste losse verhalen zijn opgenomen in Bernard Prince: Gisteren en vandaag. Het eerste echte album uit 1969 is een bundeling van twee verhalen: De piraten van Lokanga en Generaal Satan. Vooral dat tweede verhaal is de voorbode van wat de serie te bieden heeft. Sterke sferen uit allerlei delen van de wereld (dit keer het Verre Oosten), zeetochten met het jacht de Cormoran (Aalscholver), onmogelijke opdrachten met een goede afloop. Schurken zijn meedogenloos en wraakzuchtig. Vrouwen spelen een marginale rol en komen meestal in de problemen. Heel diep gaat het niet, tenzij je stil staat bij de permanent aanwezige goed en kwaadstereotypen. Hermann is heel beslist over de aanwezigheid van geweld in deze kosmos en dat is bepaald geen oppervlakkige observatie.

 

Het aardige wel dat juist de schurk uit dit eerste deel een ontwikkeling doormaakt. Avonturier Wang-Ho is bekend als Generaal Satan. Hij wil de vracht van Prince voor het Fort van de Duizend Wolken incasseren. Hij doorziet de afleidingsmanoeuvre van de Cormoran en zo krijgen we achtervolging door een stel met kanonnen bewapende Chinese jonken. Daarna nog een woeste rit met een roestige trein die ten slotte wordt ingezet als bom op de jonk van Wang-Ho. Gekkenhuis dus.
Maar in deel 2 van de serie zien wij de dikke Wang-Ho terug. (zie het slotbeeld in deel 1: “Denk je dat generaal Satan voorgoed verdwenen is?” vraagt Djinn) Wraak is vanzelfsprekend het motief: “Er staan de heren daar buiten nog meer verrassingen te wachten, want eens heb ik gezworen, dat ik de beledigingen mij aangedaan zou wreken.” (De hel van Suong-Bay, 1970, 8). Toch overleeft hij dan opnieuw de avonturen en zo komen we hem weer tegen aan het begin van deel 11: De Nevelburcht uit 1977. “Merci, Wang-Ho,” zegt Prince, “ik luister wel staande of moet ik je ‘Generaal Satan’ noemen, zoals in de goede oude tijd?” “Dat is lang geleden, Prince, heel lang geleden. Maar jij en ik hebben een goed geheugen. We hebben elkaar leren waarderen. Laten we dat niet vergeten. Dat is de reden van mijn uitnodiging. … Ik ben een machtig man, Prince. Alles hier is van mij. Jij en je vrienden kunnen hier niet weg zonder mijn toestemming. En misschien met een beetje geluk, als we het met elkaar eens worden…” (9)
Op de website van Hermann Huppen lees ik over Wang-Ho: “Maar zijn laatste verschijning in De Nevelburcht verfijnt zijn karakter en laat het zien in een vriendelijker, bijna sympathiek licht. Hierin voorspelt hij de nieuwe trend in actie-strips: de slechterik, hoe slecht hij ook is, kan niet langer dit monolithische, ongenuanceerde personage zijn dat de held tegenwerkt voor puur plezier. Een minimum aan psychologie is vereist. De samenleving is geëvolueerd, volwassen geworden; Bernard Prince en de personages die in de serie voorkomen ook.”

 

De serie ontwikkelt zich door de jaren tot een volwassen strip. De oer-Prince is gemodelleerd naar de acteur met wit haar, Peter van Eyck. De keurige man in een regenjas eindigt als een moderne, hippe superfitte jongeman in polo-shirt. Welgesteld is deze vrijbuiter (kon zijn dagelijks werk opgeven blijkbaar, om wat rond te toeren met z’n jacht), stoer en actiegericht. Op de kaft van deel 1 zien wij Prince roken, maar ook dat gaat over. De kaft van Bernard Prince: Gisteren en vandaag is de man die zijn lichaam heeft afgetraind. Daar past geen nicotineverslaving en gebrek aan conditie meer bij.
Prince wordt ook niet gehinderd door aantrekkelijke vrouwen. Pas in het verhaal De gijzelaar (slot van Bernard Prince: Gisteren en vandaag) zien we eindelijk de vriendin van Bernard Prince, Mélanie. Ze is niet betrokken bij de actie. Op de Hermannwebsite lezen we dan ook terecht: “Hierin innoveert Greg op geen enkele manier, wat de passieve rol van vrouwen in strips destijds bevestigde.”

 

Naar aanleiding van: Hermann & Greg, Bernard Prince 1: Generaal Satan en De piraten van Lokanga. Brussel: Le Lombard, 1969. Klik hier voor de Hermann Huppenwebsite

 

Hermann & Greg, Bernard Prince: Gisteren en vandaag. Brussel: Le Lombard, 1980

 

 

Hermann, Helden & Koeien. Zeldegem, Saga uitgaven, 2014: “Toen ik mijn samenwerking met Greg startte voor de eerste kortverhalen was er nog geen precies idee over wat we zouden doen. De zin was er niet om een nieuw personage te verzinnen. Het bestond uit reeds bestaande elementen uit Héroic-albums, getekend door een zekere Becker, denk ik… Greg hernam en veranderde het scenario en doopte de held om in Bernard Prince. Ik weet het niet meer zeker, maar die verhalen zonder grootse toekomst las ik maar vanuit de verte. Ik ben geen grote striplezer. Greg wilde een personage met witte haren en toen dacht ik meteen aan een ondertussen gestorven acteur, Peter Van Eyck, die ik fysiek interessant vond.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *