Nooddruft en Overvloed

Paul Krüzen woont in het oosten van het land, al zijn hele leven. Hij zorgt voor zijn oude vader Aloïs:

 

‘Wat bi-j laat,’ zei zijn vader toen hij binnenkwam. ‘Dan bi-j te vroeg gaan zitten,” zei Paul. Hij zette thee en smeerde een boterham met leverworst voor hem. Zijn vader vouwde zijn handen en was even stil.” (43).

 

Als vader Aloïs bidt, bidt hij steeds: “Here zegen deze spijze, amen.” (55, 79, 102). Een eenvoudig gebed. Een kind kan het leren. Slechts één korte vraag. Het voedsel is er. Dat kan op allerlei verklaarbare manieren voor je terecht zijn gekomen. Maar voordat je eraan begint, vraag je om een zegen. Je wilt dat God het een goede werking laat hebben in je leven. Bijvoorbeeld om buikpijn te voorkomen (stel het valt slecht). En nog meer, denk ik. Gods zegen is dat heel het leven onder zijn vriendelijke zorg staat. Dat hele leven heeft ‘spijze’ nodig. In de vraag om de zegen over het eten zie ik het verlangen naar die goede nabijheid verpakt.

 

En ineens zie ik mijzelf weer zitten, thuis met z’n allen aan tafel. Het Bijbelgedeelte was gelezen. Leeggegeten borden voor ons. Mijn vader dankt:

 

“O Heer’, wij danken U van harte, voor nooddruft en voor overvloed;
waar menig mens eet brood der smarte, hebt Gij ons mild en wel gevoed;
doch geef, dat onze ziele niet aan dit vergank’lijk leven kleev’,
maar alles doe, wat Gij gebiedt, en eind’lijk eeuwig bij U leev’. Amen.”

 

Opvallend, Arie van der Lugt dankte niet alleen voor de overvloed, ook voor de nooddruft. Ik denk dat we het moeten combineren. Hij dankte voor het wegnemen van je behoefte (nooddruft) door de overvloed. Hij zag dat in directe tegenstelling tot de mensen die maar heel weinig hebben. Menig mens. Hun verlangen wordt maar matig vervuld. Dus onze overvloed is gevaarlijk. Je komt in de verleiding je aardse verlangens als het hoogste in je leven te zien. Dan mis je je doel als mens. Je moet gericht zijn op het eeuwige, niet op het tijdelijke. Focussen op het eeuwige doe je door gehoorzaam te doen wat God gebiedt. Die levenshouding loopt uit op een eeuwig leven in de nabijheid van de Heer.

 

Het was heel wat, dat gebed van mijn vader, zo in een paar oud-Nederlandse zinnen.

 

Er wordt nogal wat gebeden in de laatste roman van Tommy Wieringa: De heilige Rita. Hij beschrijft toegankelijk en invoelend de veranderingen in het Saksische land gedurende de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Paul is minder kerkganger dan vader Aloïs; en bidden is ook al niet zijn vaste gewoonte. Toch spoelen de moderniteiten de gebeden niet weg uit de dorpse werkelijkheid. Door de vader te typeren als een kinderlijk gelovige, creëert Wieringa de sfeer van een wereld waarin het hogere serieus werd genomen. Een volwassen man blijft simpelweg bidden wat hij als kind leerde: “Here zegen deze spijze amen.”

 

Zoon Paul gaat mee met de modernisering: hoe kan hij anders? In de loop van het verhaal dreigen de plotontwikkelingen Paul te machtig te worden. Moderne beveiliging en reële bewapening zijn de middelen die hij inzet om het gevaar het hoofd te bieden. Maar wat hij leerde in zijn katholieke jeugd (104; 150), wordt weer actief als de nood aan de man is “… maar nu zonk hij op zijn knieën voor het bed en zegde geluidloos het Onzevader op. Hij richtte een intentie op het herstel van zijn vader en sloeg een kruis.” (225).

 

Paul ontmoet na jaren Ineke Wessels, een jeugdvriendin. Hij droomt ervan hoe het zal zijn als zij het leven zouden delen met elkaar:

 

“Hij zette al zijn verbeeldingskracht in om zich een leven met haar voor te stellen in een nieuw opgetrokken boerderijtje, zij luidruchtig en toegewijd, hij stil en verdraagzaam, beiden in het besef dat dit het beste was dat het leven te bieden had. Als hij ziek was, zou ze met hem naar de huisartsenpost gaan en onthouden wat de dokter gezegd had. Ze zouden soms de feestdagen met haar kinderen doorbrengen en op derde kerstdag een pannenkoek eten bij de molen van Eshuis. Ze zouden samen oud worden als een oefening in dankbaarheid, zoals je God ook te danken had voor een korst brood.” (230).

 

God danken voor een korst brood.
Voor nooddruft en overvloed.
Inderdaad.

 

Naar aanleiding van: Tommy Wieringa, De heilige Rita. Amsterdam: De Bezige Bij, 2018.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *