Liefde is genoeg

Het boek bestaat uit zes hoofdstukken: Ychtyologie, Rhoda, Een legende over goede mannen, Sukkwan Island, Ketchikan en Het hogere blauw. De eerste drie hoofdstukken zijn geschreven vanuit het perspectief van de eerste persoon: de jonge puber Roy Fenn. Dat geldt ook voor de laatste twee. Het hoofdstuk Sukkwan Island bestaat uit twee delen (47-144 en 145-219) en is het meest omvangrijk. Hier vertelt David het verhaal in de derde persoon. James Edwin (Jim) Fenn is de vader van de dertienjarige Roy. Hij neemt zijn zoon mee naar een eiland bij Alaska. Zij proberen te overleven in de wildernis en dat is geen pretje – ik druk me mild uit. De vader probeert in het reine te komen met alle issues uit zijn mislukte bestaan en belast daarmee zijn jonge zoon. Op een dag zit hij met een pistool aan zijn hoofd als Roy binnenkomt.

 

“Zijn vader zette de radio uit en stond op. Hij stond te kijken naar Roy in de deuropening en toen keek hij de kamer rond, alsof hem een kleinigheid dwarszat en hij zocht naar iets om te zeggen. Maar hij zei niets. Hij liep naar Roy toe en gaf hem het pistool, trok zijn jas en laarzen aan en liep naar buiten. Roy keek hem na tot hij tussen de bomen verdwenen was en keek toen naar het pistool in zijn hand. De haan was gespannen en hij kon de koperen patroonhuls erin zien zitten. Hij ontspande de haan terwijl hij het pistool van zich af richtte en spande hem toen weer, zette de loop tegen zijn hoofd en vuurde.” (143-144)

 

Deel 2 van het hoofdstuk Sukkwan beschrijft de radeloze weg die zijn vader bewandelt om weer in de bewoonde wereld te komen na dit drama. Je slaat, soms happend naar adem, bladzijde na bizarre bladzijde om en leest hoe hij het verlies toeschrijft aan de jongen zelf, de omstandigheden, andere mensen en zichzelf. Op de vlucht wordt hij ten slotte zelf in het water gegooid om te verdrinken:

 

“Zijn worsteling leek een eeuwigheid te duren en duurde misschien tien minuten, voor hij verdoofd en vermoeid raakte en water begon te slikken. Hij dacht aan Roy, die niet de kans had gehad om deze doodsangst te voelen, die onmiddellijk dood was geweest. Ongewild braakte hij water en slikte en ademde het weer in en het was als het einde, koud en hard en onnodig en hij wist dat Roy van hem gehouden had en dat dat genoeg had moeten zijn. Hij had alleen niets op tijd begrepen.” (219)

 

Het echte verhaal is dat David Vann nog drie jaar de zelfmoord van zijn vader vertelde dat die aan kanker was gestorven. In de roman vertelt Roy hoe het ging en hoe hij later de puinhoop van zijn vader probeert te traceren. Zo zoekt hij naar Gloria, de secretaresse met wie zijn de eerste keer vreemd ging. (221-241) Maar in het grote middendeel fantaseert de zoon wat er met zijn vader zou gebeuren als hij, de zoon, zichzelf plotseling van het leven  berooft. Het raakt aan waanzin en het loopt dus uit op de conclusie dat het gaat om liefde. En dat dat genoeg moet zijn. Het is een onthutsend verhaal over trouw van een puberzoon aan een ontsporende vader. Het is bekend dat kinderen tot in het onvoorstelbare trouw zijn aan hun falende ouders. Als de dood elke mogelijkheid tot correctie van beeldvorming wegneemt blijft alleen de verbeelding over. De herinnering is soms niet meer te harden. Wat een toegewijd verdriet: de dood van de zoon leidt ten slotte tot de verlichting van de vader. Te laat.

 

Maar dan volgen er toch nog twee hoofdstukken. Want Roy leeft en Jim niet. Je gaat als kind van een ouder die zelfmoord pleegt, op zoek. Roys moeder hoeft niet meer boos te zijn. Zij kan de oude-vouw-vol-herinneringen-en-verlangen spelen, zegt ze. Roy besluit dan met: “Ik kan ook vrij goed met de granieten plaat overweg. Ik breng bloemen en ga bij hem zitten, net als vroeger, alleen hoef ik nu geen spaghetti te maken. Ik luister hoe de golven zichzelf vermorzelen, duw een vingertje van het ijskruid tussen de mijne, staar in het hogere blauw, en soms, als ik tussen de hoogste luchtstromingen een vermoeden van een hoopvol, hardnekkig geklapwiek hoor, stel ik me bijna voor dat de vader eindelijk tot leven is gekomen.” (251).

 

God nog aan toe, hij zegt ‘bijna’.

 

Naar aanleiding van: David Vann, Legende van een zelfmoord. Amsterdam: De Bezige Bij, 2010. Vertaald uit het Engels door Arjaan van Nimwegen: Legend of a Suicide, University of Massachusetts Press / HarperCollins, 2008

 

 

Leonie Breebaart schreef de recensie in dagblad Trouw (4 december 2010): “Het grootste wonder van dit debuut is Vanns vermogen je te laten meeleven met deze puber in het nauw. Zelden lees je zo’n huiveringwekkende beschrijving van de solidariteit die een kind met een falende ouder aan de dag legt.” Alles is fictie, maar gebaseerd op veel uit de werkelijkheid, zegt de auteur zelf in zijn Dankbetuiging. (254)

 

Klik hier voor een interview met David Vann over het boek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *