Kalm en beslist

Willem Wijcherts is een jongen van 18 jaar. Hij komt uit Alkmaar en heeft zich aangesloten bij de geuzen in de strijd tegen de ‘Spanjolen’ (het verhaal speelt in 1572). Willems vader is opgesloten in de toren en de geuzen zullen een poging doen hem te bevrijden. Samen met zijn vriend Maarten Kitman sluipt Willem naar binnen. Zij gaan de poort van binnenuit openen voor de geuzen die buiten wachten. De grote sleutel hangt in het wachtlokaal, maar daar zitten ook de hellebaardiers. Willem moet de sleutel zien te pakken zonder dat zij het merken. Lees even mee:

 

“Scherp en helder kwamen de gedachten in Willems brein. Hij voelde zich krachtig en zeker; zijn vermoeidheid en angst schenen te wijken. Wel was het, of zijn armen en benen, zijn ganse lichaam verdween en alleen zijn klaar denkend hoofd overbleef, maar sterk voelde hij zich, wondersterk en moedig, en uitermate kalm en beslist. Even scheen die kracht te duizelen in zijn hoofd. ‘t Was de overspanning van zijn zenuwgestel, die hem zo wonder-krachtig maakte – maar voor korte tijd.” (134).

 

Willem is een jongen die zich op het beslissende moment weet te beheersen, zoveel is duidelijk. Angst en vermoeidheid dienen zich aan, maar Willem heeft een ‘klaar denkend hoofd’. Er staat veel op het spel dus hij mag niet verzaken. Kalm en beslist, de auteur cursiveert het voor de jonge lezer.

 

Ik kreeg dit boek in 1971 als Kerstfeest-cadeau. Het is Kerst 2017, we zijn 46 jaar verder. Ik herlees het boek en zie nu pas hoe het thema van zelfbeheersing centraal staat. De moraal ligt dik op het verhaal. Ik kan me dat niet heugen uit 1971. Ik weet nog vaag dat ik het een spannend boek vond en dat de tekeningen van J.H. Isings jr. geweldig waren. Maar het is volstrekt helder dat de auteur, W.G. van der Hulst, aan de christelijke kinderen de deugd van de zelfbeheersing en de spiritualiteit van biddend leven en dankbare berusting wilde leren. Er wordt wat afgebeden, door ouders én kinderen:

 

“Willem wist Maartens hand te vinden en drukte die stevig, alsof hij daarmee zeggen wilde: “Maarten, we moeten niet bang zijn, jô!” En Maarten? Hij vouwde zijn handen en bad. Willem merkte het niet.” (26).

 

Maarten wel, cursief! Bidden, ook als het niet wordt opgemerkt. Maar later kan Willem er ook wat van, lees de bladzijden 42, 44, 68, 87, 89, 106, 108-109, 111, 112, 124, 127. En dan heb ik nog niet de bladzijden genoteerd waarop andere personages de Heer aanroepen. De Heer verhoort talloze gebeden en waar het anders loopt, leert men elkaar de berusting:

 

“Dankbaar moest Willem zijn; en al voelde hij veel oud verdriet opbranden in zijn ziel, al begreep hij niet, waaròm zijn hemelse Vader hem en de zijnen die moeilijke wegen had laten gaan, hij boog het hoofd in dankbare berusting. Die Vader toch voerde immers Zijn kinderen langs donkere paden tot het licht.” (139).

 

Het boek past in de protestante cultuur. Renaissance en Reformatie hebben samen gewerkt aan de zelf-disciplinering van de burgers: dienstbaarheid aan het algemeen welzijn, geworteld in een persoonlijke ethiek van soberheid en zelfdiscipline (zie o.a. Charles Taylor, Een seculiere tijd. Rotterdam: Lemniscaat, 2009, 186). Van der Hulst aarzelt niet een lied van de negentiende-eeuwse Theodoor van Rijswijck (1811-1849) te verbinden aan de watergeuzen van de zestiende eeuw (139): “De Oranjevlag in top!” Stoere jongens, brave lieden, mannen die de driften weten te beheersen, met een innige vroomheid die het hoofd buigt voor Gods leiding in de geschiedenis, dat is het christelijke ideaalbeeld.

 

Ik ben verbluft. Dit boek verscheen in 1907 (volgens Wikipedia, elders wordt 1909 genoemd). Ik kreeg de zestiende druk van dit boek in 1971 bij het Kerstfeest. Wat een taal: “Daar vloog hem een holsblok tegen het hoofd.” (54). Van der Hulst voegt een verklarende noot toe: een holsblok is een klomp. Moet je nagaan: in 1907 gebruikt hij een woord dat toen al verduidelijkt moest worden. In 1971 krijg ik dat voorgeschoteld om te lezen. Wisten de volwassenen van toen wel wat zij ons te lezen gaven? Weten wij dat nu eigenlijk wel? Ik zal eens een modern christelijk jeugdboek gaan lezen.

 

Naar aanleiding van: W.G. van der Hulst, Willem Wijcherts.16 Nijkerk: Callenbach, [z.j.]

 

 

Een gedachte over “Kalm en beslist

  1. De kerk van Amersfoort- West had een bibliotheek voor de opgroeiende jeugd en daar leende ik iedere week een boek. Wij hadden geen TV. En dan kon je zeker niet om dit boek heen . Schrijvers als m Siebe van Agium (?) , Penning, Piet Prins , Norel en WG van de Hulst vulde de boekenkast van de kerk , zorgvuldig samengesteld door mevrouw Arnold.
    Lekker onderuit bij de schemerlamp. En het heeft me wel gevormd. Het ging m.i. wel vaak over oorlogen : de 80 jarige oorlog , de Franse tijd, De Boerenoorlog en de tweede wereldoorlog. ( reis door de nacht) . Tezamen met de toen bijna voelbare angst voor een derde wereldoorlog heeft me dat waarschijnlijk een baan bezorgd bij de Marine. Je weet maar nooit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *