Gereformeerde retoriek

De rots der struikeling van Boeli van Leeuwen is een teleurstellend boek. Ik gooi het in de prullenbak. Het boek heeft jaren in mijn boekenkast gestaan. Waarom eigenlijk?

 

Ik weet nog wel hoe het erin terecht kwam. Ik kocht het in 1983 na een lezing van prof. J. Kamphuis voor het studentencorps Fides Quadrat Intellectum. Ik was derdejaars student in Kampen en lid van het corps. Ik herinner de lezing als zeer inspirerend. Dat was deels de man – prof Kamphuis had een volkomen authentiek charisma –, maar ook de inhoud. Hij sprak over leven in het verbond met God als een levende werkelijkheid. De term ‘verbond’ dreigde sleets en versteend te raken in de gereformeerd-vrijgemaakte spiritualiteit. Bij Kamphuis was van sleetsheid of verstarring geen spoor te bekennen. “Je loopt door de smalle straten van een kleine stad en je doet je werk dat helemaal niet uitzonderlijk is, maar als je achter je schrijftafel zit en ook als je in bed ligt of de fiets pakt – je bent bezig en je leeft in de wereld van Vader, van jouw Vader.” (141). Hij meende het. Het raakte mij.

 

In deze lezing wees Kamphuis het verrotte vaderschap op aarde aan als een kenmerk van de tijd. “De vadernaam op aarde is verrot.” (134). Dat illustreerde hij aan de hand van twee boeken van de Antilliaanse auteur Boeli van Leeuwen. Een vader, een zoon noemde hij een aangrijpende novelle. Uit de roman De rots der struikeling (op 133 ten onrechte De rots van struikeling genoemd) haalt hij naar voren hoe Eddy Lejeune, de hoofdpersoon uit de roman, ontdekt dat hij zijn natuurlijke vader een ander is dan de man die hij zijn vader noemt. In het boek functioneert ook een calvinistische gelovige, met de naam Bloemhof. Deze geeft enkele gedachten over de predestinatie ten beste. Eddy loopt stuk op de gedachte dat God onbewogen het lijden van zijn schepselen zou aanzien. God is niet te begrijpen voor het mensenverstand, is de voorspelbare reactie van Bloemhof: “Wij moeten dienen zonder te begrijpen, bidden zonder te hopen en afwachten wat ons lot zal zijn.” (108).

 

Voor Kamphuis was daarmee de jaren ’80 van de vorige eeuw getypeerd: de naam van aardse vaders is verrot en de naam van Vader in de hemel is ongeloofwaardig (134). Tegen die achtergrond was zijn lezing een groot pleidooi voor de betrouwbare Vader in de hemel en voor gehoorzaam vaderschap op aarde: “Als één gebod van de wet van het Verbond anno 1983 actueel is dan het vijfde èn in samenhang daarmee het zevende.” (143). Hij voorzag voor de nabije toekomst zelf een groeiende antithese in de samenleving: “We kunnen, amici, in een rare hoek terecht komen. Daar waar de slágen vallen.” (144).

 

Vierendertig jaar later lees ik met vervreemding deze apocalyptische taal. Ook kan ik de zorgen over gezag en vaderschap niet meer goed aanvoelen. De sociaal-culturele vormen rond ouderschap en gezinsvorming zijn sterk veranderd, voorbeelden van waardeloze vaders zijn er genoeg, maar spreken over ‘verrot vaderschap’ is toch retoriek gebleken. Retoriek ten ondersteuning van een traditioneel gezinsmodel waar veel goeds van te zeggen is. Ik heb ervan genoten als kind en heb het vormgegeven als vader. Maar vaderschap en gezag is ook in wijzigende contexten prima vorm te geven.

 

Is dat ook de reden dat De rots der struikeling me nu tegenvalt? Mogelijk, maar er is meer. In het inleidende hoofdstuk vertelt iemand ons dat hij de verhalen zal vertellen die Eddy in een geel schrift heeft opgeschreven. Hij heeft vragen bij het waarheidskarakter ervan. Het verhaal dat een ander zijn natuurlijke vader zou zijn, betwijfelt hij. Er was geen enkel kletspraatje op Curaçao over zijn moeder (17). Hij heeft ook vragen bij het verhaal dat Eddy omgekomen is bij een ongeluk. Hij sluit niet uit dat Eddy is omgebracht door de Joegoslavische projectpartner (13). Dit wekte bij mij de verwachting dat ik gaandeweg iets zou terugvinden van het thema ‘schijn en werkelijkheid’. We gaan uitvinden wat er echt aan de hand is. Teleurgesteld kwam ik op de laatste bladzijde aan. De verhalen van Eddy gaan over zijn vader, over God, over Curaçao, over Antwerpen en Amsterdam, over de oorlog en een avontuur bij de Paragua-rivier in Zuid-Amerika. Prima allemaal, maar waarom is deze inleiding en de onduidelijkheid over het waarheidsgehalte hierbij nodig? Geen idee.

 

Kijk, dat kan ik slecht hebben bij een roman. Gezien de schaarste van staplaatsen in mijn boekenkast, is daarmee het lot van dit boek bezegeld. In de prullenbak. De FQI-almanak 1983 blijft staan. In de hoek.

 

Naar aanleiding van: Boeli van Leeuwen, De rots der struikeling8, Haarlem: In de Knipscheer, 1982 [11960].

 

J. Kamphuis, ‘Leven in het verbond.’ In: Almanak van het Corpus Studiosorum in Academia Campensi “Fides Quadrat Intellectum” 1983. Haarlem: Vijlbrief, 1983, 131-146.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *