Eén t te veel

Telkens als ik een mail afrond, type ik “Groetne, Simon.” Ik heb geen idee hoe het komt, maar in de vaart van de vingeraanslagen wil het woord ‘groeten’ maar niet goed gaan. Zeker zo aan het slot, je wilt met een welluidende tik op de letters je bericht afsluiten, en waarachtig – je moet het elke keer corrigeren. Ik heb lang gewacht, maar op een goede dag heb ik de automatische handtekening opgesnord en ingevoerd. Geen gezeur meer.

 

Ik heb een klein hoekje met twee typefouten in mijn hart. Ik weet dat ze er liggen en ik prevel de woorden geregeld. Overdreven? Wacht even met bagatelliseren. Het gaat om twee typefouten die ik bij het corrigeren van de drukproeven niet heb gezien. Nota bene op de kaft van boeken die ik publiceerde. In 2004 schreef ik Met de Hulp van Gods Geest, een gebedsboekje. Missionaire Arbeid Rijnmond (destijds mijn ‘werkgever’) ondersteunde de uitgave. Een bevriend kerklid verzorgde lay-out. Als ondertitel verscheen op de cover: Informatie voor chistenen, die willen bidden voor hindoes. Eén r te weinig.

 

Een ezel stoot zich in ’t gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen. Toen in 2013 mijn gedichtenbundel Alles onveilig verscheen, was ik in de hoogste staat van paraatheid. Het zou me niet weer gebeuren. Maar toen ik de doos met gedrukte exemplaren openmaakte en ik op de rug van de bundel keek, stond het er echt: Alles onvelig. Jawel.

 

Het is geen feest om een typefout te vinden, zeker niet als het gaat om een echt leuk boekwerkje van een vriend. Ik kan u zeer aanraden Er staat een mug op tafel te lezen. Kees van der Vloed omringde zich met getalenteerde columnisten. Samen schreven zij een heerlijk boekje over de Nederlandse taal. Ik moest erom lachen, ik werd er wijzer van en – nu ik het uit heb – koester ik mij in de kennis native speaker te zijn van een onwaarschijnlijk complex communicatiesysteem van mensen in de lage landen aan de zee (en zo hier en daar nog ergens).

 

Zo arriveer je op de laatste bladzijde, 111: nog een paar feitjes. Je pakt nog even de info mee dat naast Nederlands Nederlands ook Belgisch en Surinaams Nederlands bestaat. Een voorbeeld  van de Belgische variant? Wat wij in Nederland een vluchtstrook noemen, heet in België de pechtstrook. Ja echt, het staat er: pechtstrook. Een t te veel. In een boekje waaraan alles verder deugt.
Pech.

 

Naar aanleiding van: Kees van der Vloed (red.), Er staat een mug op tafel: 52 verrassende columns over de Nederlandse taal (met een inleiding door Wim Daniels). Soesterberg: Aspekt, 2018.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *