De waarheid moet op tafel

Het eerste boek dat ik las van Joris Luyendijk ging over beeldvorming in de media. In Het zijn net mensen (2006) beschreef hij hoe onze blik op het Midden-Oosten wordt gevormd, gefilterd en gemanipuleerd. Er zijn mensen, groepen, instanties die belangen hebben. Belangen worden niet altijd met eerlijke middelen nagestreefd en bereikt. Daarom verbergen zij graag iets. Of veel. Goed journalistiek vakwerk komt in de mediadynamiek. “Ook in Europa blijkt uit alle kijk-, luister- en oplagecijfers dat mensen liever meeleven met het vertrouwde gezicht van de anchorman dan met de saaie kop van een deskundige. Ze zien liever korte filmpjes over wij tegen zij dan complexe analyses over botsende belangen, laat staan historische achtergronden waar het land slecht uit komt. En ook in Europa worden hoofdredacties primair afgerekend op kijk, luister- en oplagecijfers.” (214)

 

Onafhankelijke onderzoekjournalistiek is dus nodig. En een podium voor een goed verhaal. En een publiek dat hiernaar wil luisteren. Hermann Huppen neemt dat als uitgangspunt om een sterk verhaal over Afrikaanse neushoornstropers te vertellen. Het is bekend dat in Azië de hoorn van de neushoorn zeer gewild is. “Het wordt vermalen tot een fijn poeder of gefabriceerd in tabletten voor de behandeling van diverse ziekten zoals beroertes en koorts en kanker. Het bedrag dat men bereid is te betalen voor een enkele neushoorn hoorn ligt op de zwarte markt hoger dan het bedrag voor zowel goud als cocaïne. De hoorn wordt ook gebruikt voor artistieke snijwerk. In de Griekse mythologie, werden zij gezegd dat de hoorn de mogelijkheid bezat om water te zuiveren. De oude Perzen van de 5e eeuw voor Christus dacht dat de schepen gesneden uit de hoorn konden worden gebruikt om giftige vloeistoffen te detecteren. Bellen in het water zou de aanwezigheid van een aantal gifstoffen bepalen. Internationale studies komen echter tot een eensluidende conclusie dat neushoorhoorn geen medische eigenschappen bevat.” (klik hier voor de website stopstroperij)

 

Charlotte is een nog jonge journaliste. In het stripverhaal Afrika van Hermann wil zij reportage maken door enkele dagen met Dario Ferrier op te trekken.

 

 

Hij is wachter in een Afrikaans natuurreservaat en hij houdt er onorthodoxe methoden op na om de dieren te beschermen. Hij heeft een militair verleden, hij heeft er nog geregeld nachtmerries over (19, 40, 48). Hij blijkt de oude vaardigheden als commando nodig te hebben om te overleven in de jungle. Want hoewel hij zich niet politiek wil bemoeien, komt hij er – samen met Charlotte – toch mee in aanraking. Het regeringsleger van het land moordt een stam van politieke tegenstanders uit door mortierbeschietingen. (12, 26) Het soort munitie wijst op betrokkenheid van buitenlandse machten. (31) Charlotte maakt foto’s en al snel begrijpt Dario dat het leger weet dat zij getuigen zijn. Er is maar een uitweg: vluchten naar een buurland. Eenmaal daar aanbeland laat hij plotseling Charlotte achter. Zij kan haar verhaal gaan doen om de misstanden aan de kaak te stellen. Als iemand haar vraagt: “Kunt u ons Dario Ferrier beschrijven?” antwoordt zij: “Ik denk dat niemand hem echt kent. Hij blijft een raadsel voor me. Ik weet één ding: hij redde mijn leven.” (53)

 

Het is een typische Hermann-passage. De mensheid is een destructief geheel. Hebzucht en wraak zijn de mechanismen die de vernietiging aandrijven. Soms zijn er momenten van hulp en redding. Maar het kwaad is een veelkoppig monster. Elke kop die wordt afgehakt is er een. Zo eindigt de strip met een radiobericht: “… het werk van een gek of een terroristische aanslag? Een sportvliegtuigje propvol explosieven is neergestort op het luxeverblijf van het bedrijf Ferguson in Tasmanië tijdens een grote receptie ter ere van de hoofdaandeelhouders. Behalve veel schade zijn er talrijke slachtoffers. Het onderzoek begint pas en…” (56). Wij weten als lezers dat de handelsbelangen van enkele landen op de achtergrond spelen (14-15,19). Dario is op zoek gegaan naar de hoogste laag verantwoordelijken in deze kapitalistische jungle. Ten koste van zijn eigen leven gaat hij de strijd aan. Ook ten behoeve van de dieren in de Afrikaanse savanne. (53)

 

Hermann is met zijn strip een soort Charlotte. Vanaf de tekentafel wil hij net zo verontrustend zijn. Want hij is verontwaardigd.

 

Naar aanleiding van: Hermann, Afrika (Collectie Getekend). Brussel, Lombard, 2007

 

Joris Luyendijk, Het zijn net mensen: Beelden uit het Midden-Oosten. Amsterdam: Podium, 2006

 

Over de andere Afrika-verhalen van Hermann schreef ik eerder de blogs Zorro wint in stripverhalen (over Missié Vandisandi) en Rémy Georget is geen Kuifje (over Terug naar Congo).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *